DE AVONDJURK (LIVINGSTONE)
In zijn herinnering de soepelste zijde
zwart golvend rond en naar beneden
haar voeten op de spitse naaldhakken
de dunne riempjes over de wreven.
Zijn ogen de gretige reizigers die vertrekken
over haar werelddelen reizen landschappen
hemel zand ademend zonder gereedschappen
zijn zoekershanden zijn vingers nog missen.
Zij die beweegt in haar rondingen zijn blik
kruist uit haar ellebooglange handschoenen
zij de gebaren tovert die hem vingers
doen krijgen hij nadert in haar parfum dat
kruidig is en hem omarmt bandjes glijden
over schouders zij hem Livingstone noemt.
( F.A. Brocatus - ongepubliceerd)
