Maand gedicht juni 2018

DE BOOM VAN MIJN VADER

 

Ik neem de ladder van de haken aan

de zijkant van de schuur. Er is een fractie

pijn wanneer hout mijn schouder raakt.

 

Achter in het huis ligt een smeedijzeren trap

als een sluimerende spier tussen de ingekapselde

jarenlange kamers van spreken en dromen.

 

Ik zet de ladder tegen de notenboom

die wijlen mijn vader plantte. Mijn ogen

schuiven over mijn benen naar mijn voeten.

 

Mijn handen houden vast. Ik klim, de kruin

verdwijnt in een wegjagende wolk. Ik laat los,

mijn vaders stem wordt de mijne. Ik val niet.

 

(F.A.Brocatus - ongepubliceerd)