Maand gedicht april 2018

"DOODGAAN IS ALSOF JE EEN TELEVISIETOESTEL UITZET"

( in memoriam F.Starik 1958 - 2018)

 

Ik sprokkel klinkers en medeklinkers

en kijk vanaf de reling naar beneden in het

water klotst en kletst wat ik niet uitspreek.

 

Ik wens een einderschip met rode letters op

de boeg, bemand met heimweevolle matrozen,

gevolgd door schreeuwduikende meeuwen.

 

Het ruikt nog naar het eten van gisteren

in de gang. Je lege schoenen gluren onder

je jas, je lijf en leden zijn verdwenen.

 

Er is beloofd dat het niet eenzaam zal zijn en

ik weet dat er zo veel witte lellies zullen zijn dat

jij er eigenlijk bij zou moeten zijn om het te ruiken.

 

(F.A.Brocatus - ongepubliceerd)

Maand gedicht maart 2018

ZO STIL IS HET ALS IEDEREEN WEG IS

In memoriam Menno Wigman (1966 - 2018)

 

Ze droegen namen gemaakt uit een zacht

velours en ogen die zich verstopten in het

onbeschreven pochet dat bijna achteloos

 

in jouw borstzakje zat. Ze laaiden het vuur

dat ' s nachts donkerdieper en krullender was,

ze plooiden in momenten die je somtijds

 

heilig noemde. Later en alleen rookte je nog

een sigaret, je keek naar haperend licht rond

torens. Er was iets roestig in jouw bloedbanen.

 

Toen al. Je kleefde opgespaarde woorden onder

een gebarsten spiegel. En plots viel het bonken van

jouw hart zoals een dubbele kloosterdeur in het slot.

 

(F.A. Brocatus - ongepubliceerd)

Maand gedicht februari 2018

EEN KLEINE GESCHIEDENIS

 

Je kent de pijlrechte weg langs de zee

en je matigt snelheid. Je haalt het water

niet in, tornt de naden niet los.

 

De maan is een gemorste melkvlek,

een blind oog dat ingepakt wordt

door voortjagende wolken.

 

Je zwijgt en daalt op blote voeten af

in je geschiedenis. Je kijkt niet waar je loopt

want daar is het te laat voor. Je geheugen

 

ligt in de mal van dit voor jou uitgesneden

landschap. Boomkruinen zeven licht en donker,

takken plooien zich tot het stuur in je handen.

 

(F.A.Brocatus - ongepubliceerd)

Maand gedicht januari 2018

EEN BEGIN

In haar lakenwitte winter sneeuwde ik in

terwijl zij mij met behoedzame vingers

het smelten leerde. Ik gaf haar de woorden

 

glas en water en volgde haar handen

die bloemen herschikten. Ik vertelde haar wat

mijn nieuwe wachtwoord was. Ze glimlachte

 

toen ik zei dat het uit een traag dier,

een schuilplaats en daartussen

een getal, bestond.

 

Zij vroeg mij in welke maand de meeste beloftes

verloren gingen, ik antwoordde dat in januari

vele onverwachte reizen begonnen.

 

(F.A.Brocatus - ongepubliceerd - jaarwisseling 2017 / 2018)